Werkbladen: Groep 1 en 2Werkblad 1: Welke tekens horen in het verkeer? Opdracht: Zet een kruisje bij de verkeerstekens. Groep 3 en 4Werkblad 2: Quiz Opdracht: Schrijf achter elk verkeersteken of de betekenis goed of fout is.
Verkeerde voorbeelden op de plaat:
1. Een werkauto met gele zwaailichten staat geparkeerd vlakbij een voetgangersoversteekplaats.
2. Een fietser rijdt door rood licht en wordt bijna aangereden door een auto van rechts.
3. Een auto rijdt langs werkzaamheden en verleent het tegemoetkomende verkeer geen vrije doorgang.
Een vrachtauto, die van de andere kant komt, wijkt uit naar rechts om de auto te ontwijken. Daardoor drukt hij een fietser aan de kant.
Ouderinformatie
U vindt hier alle wetenswaardigheden over de ontwikkeling van jonge kinderen en het verkeer en een serie artikelen voor ouders over allerlei verkeersonderwerpen.