Lesmaterialen

SCHOOL op SEEF heeft allemaal losse lesmaterialen verzameld, voor op school en voor thuis. Van liedjes over veilig oversteken tot een checklist om de fiets van jouw kind te keuren. Filter op groep, thema, soort materiaal en/of uitvoering in de klas of thuis. In de linkerzijbalk met de naam "Kies lesmateriaal" kan je lesmateriaal selecteren om te bekijken.

Icoon Groep filter
Groep
Icoon Thema filter
Thema
Icoon Soort filter
Soort
Icoon Uitvoering filter
Uitvoering
Filter:
Groep
Thema
Soort materiaal
Uitvoering
Afbeelding golf bovenkant pagina

Je ziet momenteel alleen openbaar lesmateriaal. Log in bij Mijn SEEF om ook het afgeschermde lesmateriaal op deze pagina te bekijken.

Geselecteerd lesmateriaal

Lesbrief - Educatieve wandeling groep 3 en 4

Groep 3
Groep 4
Oversteken
Verkeerskunsten
Op school

Inleiding

Bij de educatieve verkeerswandeling wordt een route uitgezet in de omgeving van de school en deze wordt gelopen in kleine groepen.

Materialen

  • Fluorescerende hesjes voor de begeleiders

Activiteit

Stippel in de omgeving van de school een route uit en oefen zo met de kinderen de verkeerssituaties die in de praktijklessen aan de orde zijn geweest. Bij de educatieve verkeerswandeling gaat het om het inzicht van de kinderen in de verschillende verkeerssituaties, zoals:

  • lopen op de juiste plaats op de stoep
  • passeren van een obstakel
  • lopen in een groep
  • oversteken bij een rustige weg
  • oversteken bij een verkeerslicht
  • oversteken bij een zebrapad
  • oversteken tussen geparkeerde auto’s
  • oversteken bij een kruispunt
  • oversteken bij een T-splitsing
  • oversteken tussen uitrit.

Een uitrit is een uitgang of een oprit van een garage, van een erg of van en parkeerplaats. Ook een weg kan en uitgang zijn, bijvoorbeeld een uitritconstructie bij een 30/km zone. Aan de doorlopende stoep en de schuine afrit kun je zien dat het om een uitsit gaat. Je moet voorrang krijgen van iedereen uit de uitrit komt rijden. Let op: voorrang moey je krijgen, dus blijf altijd kijken of je wel gezien wordt en de auto echt je je stopt.

De kinderen lopen de route met een begeleider, bij voorkeur in groepjes van maximaal zes kinderen. Laat de kinderen twee aan twee lopen. Vertel de kinderen dat ze bij het lopen in een groep altijd zelf blijven kijken en opletten en niet blindelings achter hun voorganger moeten aanlopen. Ook is het belangrijk dat de kinderen bij elkaar blijven en goed door lopen, dus geen gat in de groep laten vallen.

Suggesties

  • Laat de kinderen zelf aangeven hoe ze willen oversteken en waar ze op moeten letten.
  • Laat de kinderen op een rustige weg ervaren waarom ze vóór de stoeprand moeten stoppen bij het oversteken, en niet op de stoeprand. Vraag de kinderen om op de stoeprand te gaan staan. Met een klein duwtje in de rug verliezen ze makkelijk hun balans en staan ze opeens op de weg!
  • Vraag de kinderen hun ogen en oren te gebruiken. Waar komt het geluid vandaan?
  • Laat de leerlingen de snelheid van voertuigen inschatten: hoeveel tellen is het totdat die fiets/auto bij je is?
  • Vraag de kinderen wat de verkeersborden en verkeerstekens (zoals haaientanden) betekenen, die ze onderweg tegenkomen.
  • Wanneer u met de groep ergens naar toe moet (bijvoorbeeld de gymzaal of de bibliotheek), dan kunt u de wandeling benutten als verkeerswandeling.
  • Als u in de schoolomgeving knelpunten of gevaarlijke situaties ervaart, is het aan te bevelen om deze aan de gemeente door te geven. Wellicht kan de gemeente maatregelen treffen ter verbetering van de situatie.

Zie ook de aandachtspunten bij de materialen het lopen op de stoep, het lopen in een groep en de verschillende oversteeksituaties.

Voorbeeld route ondersteunend met foto's

Voorbeeld route plattegrond

Beschrijving van de handelingen bij het oversteken

Oversteken bij een rechte weg

  • Stop op de laatste stoeptegel vóór de stoeprand.
  • Kijk naar links en naar rechts en weer naar links.
  • Wacht als er verkeer aan komt rijden.
  • Als het verkeer voorbij is, begin je weer opnieuw met kijken: links, rechts, links.
  • Als er niets meer aan komt rijden, steek je rustig en recht over.
  • Blijf kijken tijdens het oversteken: eerst naar links, daarna naar rechts.

Passeren van een obstakel op de stoep

  • Stop vóór het obstakel.
  • Kijk naar achter, opzij en naar voren, wanneer je de weg op moet om langs een obstakel te lopen.
  • Wacht als er verkeer aan komt rijden.
  • Als het verkeer voorbij is, begin je weer opnieuw met kijken: naar achter, opzij en naar voren.
  • Als er niets meer aan komt rijden, kijk je opnieuw naar achter en loop je langs het obstakel.
  • Ga niet verder de weg op dan nodig en ga zo snel mogelijk de stoep weer op.

Oversteken bij een zebrapad

  • Stop op de laatste stoeptegel vóór de stoeprand.
  • Kijk naar links en naar rechts en weer naar links.
  • Wacht als er verkeer aan komt rijden.
  • Als het verkeer doorrijdt, begin je weer opnieuw met kijken: links, rechts, links.
  • Als het verkeer stopt of als er niets meer aan komt rijden, steek je rustig en recht over.
  • Blijf kijken tijdens het oversteken: eerst naar links, daarna naar rechts.

Oversteken bij een kruispunt

  • Oversteken bij een kruispunt is vaak best lastig omdat je naar zo veel kanten moet kijken. Kijk of er een andere plaats is om over te steken.
  • Is deze plaats er niet, stop dan op de laatste stoeptegel vóór de stoeprand op een plaats waar je goed naar alle kanten kunt kijken.
  • Kijk naar alle kanten bij een kruispunt, ook achterom! Kijk eerst naar achter, dan naar links, naar voren, naar rechts en weer naar achter en links (Je kijkt dus met de wijzers van de klok mee).
  • Wacht als er verkeer aan komt rijden.
  • Als het verkeer voorbij is, begin je weer opnieuw met kijken naar alle kanten: naar achter, naar links, naar voren, naar rechts en weer naar achter en links.
  • Als er niets meer aan komt rijden, steek je rustig en recht over.
  • Blijf naar alle kanten kijken tijdens het oversteken.

Oversteken tussen geparkeerde auto's

  • Kijk altijd eerst of er een andere plaats is om over te steken.
  • Is deze plaats er niet, ga dan op de stoep bij de geparkeerde auto’s staan.
  • Kijk of er iemand in de auto’s achter het stuur zit, de auto’s kunnen namelijk wegrijden of achteruit rijden.
  • Zit er iemand achter het stuur? Loop dan door naar een andere plek om over te steken.
  • Zit er niemand achter het stuur? Loop dan tussen de auto’s door tot de weg (de kijklijn), zodat je “om het hoekje” kunt kijken.
  • Kijk naar links en naar rechts en weer naar links.
  • Wacht als er verkeer aan komt rijden.
  • Als het verkeer voorbij is, begin je weer opnieuw met kijken: links, rechts, links.
  • Als er niets meer aan komt rijden, steek je rustig en recht over.
  • Blijf kijken tijdens het oversteken: eerst naar links, daarna naar rechts.

Deze educatieve verkeerswandeling is gebaseerd op een ontwerp van verkeersleerkracht Ronald Wittenberg.

Delen